Mijn meesters en juffen

Deze keer een stukje over de meesters en juffen die met hun tomeloze inzet, geprobeerd hebben om mij en mijn klasgenoten wat wijsheid bij te brengen. Sommige van deze ondergewaardeerde mensen, staan nog steeds in mijn geheugen gegrift. Vandaar dat ik mij toch wel verplicht voel om een stukje aan hun te wijden. Zij zijn tenslotte toch wel een onderdeel van mijn leven.

Als  zeer klein hummeltje (vroege leerling) begonnen mijn eerste schoolervaringen. Met mijn hemd half uit mijn broek en de gulp open, “want goed gekleed lopen vond ik maar onzin op die leeftijd”,  kwam ik op de kleuterschool en begon mijn studie carrière. Mijn moeder klede mij wel goed aan in de vroege morgen, maar dat was een totaal zinloze poging. Dit leidde tot  grote frustraties bij mijn moeder. Ik kreeg als eerste, op de kleuterschool een juffrouw en net als in dat bekende liedje, werd zij mijn eerste liefde. Tegenwoordig moeten de kinderen op de kleuterschool alles al kunnen. Namen schrijven, rekenen, stelling van Pythagoras, enz. Ik at toen nog het zand uit de zandbak en was blij als ik mijn onderbroek droog kon houden. Wat ik geleerd heb op de kleuterschool? ” Geen zand eten en staand plassen”. Toen ik naar de eerste klas ging (tegenwoordig groep 3), leerde ik mijn eerste woorden te schrijven, u kent ze wel. De juffrouw van deze klas trouwde dat jaar, dat kan ik mij nog herinneren. In de tweede klas leerde ik rekenen en hier kreeg ik mijn eerste leraar. Deze altijd goed gehumeurde meester had engelen geduld met ons, hij legde het rekenen uit aan de hand van lucifer stokjes en bleef net zolang met je doorgaan tot je het begreep, al werd het na schooltijd. Het jaar daarop werden onze muzikale talenten gezocht, de mijne zoeken ze nog steeds. Ik vond dat helemaal niks, mijn talent lag niet in de muziek. Na dit jaar speelden sommige leerlingen de vijfde symfonie van Beethoven, terwijl ik niet verder kwam als de eerste drie tonen van het vader Jacob.  In de vierde klas hadden wij een leraar die niet van aanstellers hield. Zo kwam ik een keer naar hem toe om te zeggen dat ik gepest werd in de pauze. Het enige wat deze leraar tegen mij  zei was, ” Trek je hemd uit en vecht je dood”. En daar kon ik het dus mee doen. Deze leraar deed ook tijdens de gymles een keer voor, hoe men een bal moest koppen met het hoofd. Hij deed dit met zoveel passie, dat zijn gebit uit zijn mond schoot en over de vloer van de gymzaal tussen ons leerlingen verdween. De training was daarna snel voorbij. Ik ga niet al mijn meesters en juffen af, want dan wordt het te langdradig. Op de middelbare school zijn er ook een paar mij bij gebleven. Zo was er op de LTS een juffrouw Engels, die haar naam totaal niet bij haar lengte paste. Zij was 1,50 hoog en droeg de naam Hoogenboom. Op zich was dat al grappig, maar zij hield niet zo van grapjes. En als je dat wel probeerde  dan was er de kans dat je de rest van de dag met de afdruk van een Engels woordenboek op je voorhoofd liep. Want ondanks haar lengte, kon ze zeer secuur en hard gooien. Iedere meester en juffrouw is uniek en zo ook op de visserijschool. De leraar Nederlands kon beter maar niet weten als je scharrel had met een meisje. Want dan werd je naam plus die van je scharrel verwerkt in een opdracht Nederlands en mocht je zelf uitvinden wat het werkwoord was en waar het lijdend voorwerp zich bevond. Dat was meestal degene die met een rood hoofd in de schoolbank zat, maar dat antwoord werd nooit goed gerekend. Maar deze collega stukjes schrijver en al die anderen meesters en juffen, hebben er wel voor gezorgd dat ik ben die ik ben. Anders had ik misschien nu nog in de zandbak gezeten met mijn hemd half uit mijn broek. En mijn gulp, tja die vergeet ik tegenwoordig nog wel eens.

 

Geplaatst in Geen categorie, Gewoon leuk | Getagged , , | 2 Reacties